×
  • de
  • nl

170 jaar badplaats aan de Noordzee

Van een eiland in twee delen tot de 'mooiste zandhoop ter wereld'

von Dennis Möller| 12. januari, 2021

Van harte gefeliciteerd, Borkum! Het grootste van de zeven Oost-Friese eilanden mocht in 2020 zijn 170-jarige bestaan als Noordzeebadplaats vieren. De populaire vakantiebestemming trekt ruim 300.000 overnachtingsgasten uit Duitsland en de omringende landen en kent een bewogen geschiedenis. Hoe is het ooit in tweeën gedeelde eiland de 'mooiste zandhoop ter wereld' geworden?


Om het predicaat Noordzeebadplaats in 1850 te kunnen begrijpen, moeten we nog enige jaren verder in de tijd teruggaan. Toen plattelandsdokter dr. Johannes Ripking in 1838 door de regering van het koninkrijk Hannover als eilandarts werd aangesteld, stond de economie van Borkum er slecht voor. Het eiland bestond destijds uit twee delen en alleen bij eb konden de bewoners van het Oostland naar het andere deel komen. Bovendien was de walvisvaart door de Nederlands-Engelse zeeoorlog volledig tot stilstand gekomen. Hierdoor liep het aantal eilandbewoners terug van 752 (in 1780) tot 425 in 1817. De belangrijkste bron van inkomsten vormde de landbouw, en dan met name de veeteelt. Pas in 1835 kwamen er weer enkele vakantiegasten die op het eiland hun ontspanning zochten. Er waren geen toeristische faciliteiten en de bezoekers brachten hun eigen bedden, serviesgoed en levensmiddelen mee.

Bei Mutter Visser

Musikpavillon PromenadeFerdinand Friedrich Rhode, opvolger van dr. Ripking, werd in 1850 als eilandarts aangesteld. Hij zag al snel de mogelijkheden en de heilzame werking van het eiland Borkum in. Net als zijn voorganger begon hij met artikelen en advertenties op het vaste land aandacht te trekken voor de plek waar hij nu werkzaam was. Rhode kon het niet nalaten zijn voorname buurman uit Norderney, dat sinds 1800 het predicaat ‘badplaats’ mocht dragen, in zijn publicaties op de hak te nemen: ‘Hier leeft men voor weinig geld goed en onbekommerd; hier voelt men de druk van de zogenaamde etiquette niet; hier mag men zich kleden zoals men zelf wil’, schreef de arts. Deze artikelen en de toen gepubliceerde lijst van bezoekers aan het kuuroord zorgden ervoor dat in 1850 rond 252 badgasten het eiland bezochten. Dat jaar wordt gezien als startjaar van Borkum als badplaats en het succes bleef niet uit. Toen het potentieel van strandtoerisme eenmaal duidelijk werd, ontwikkelde het eiland zich razendsnel, ook de eilandbewoners zagen er brood in. In 1852 opende herbergier Jan H. Visser naast zijn huis in de tegenwoordige Wilhelm-Bakker-Straße een zomertent en noemde deze ‘Bei Mutter Visser’. Daar kon men voor het eerst een warme maaltijd bestellen. Een voetpad vanaf het midden van het dorp naar het westelijke strand en een houten schuur waar badgasten zich konden omkleden, werden ten behoeve van de toeristen gerealiseerd. Het Oost-Friese landschap was zelfs een toeslag van 50 daalders waard. Het toerisme werd niet alleen op het eiland belangrijker, maar ook op het vasteland begon iets te groeien. In 1856 werd de spoorlijn tussen Rheine en Emden door de Hannoverische Westbahn in bedrijf genomen, waarmee steeds meer gasten uit het Rijnland en Westfalen naar Emden reisden. Vanaf 1857 maakten ze van daaruit met stoomschepen de overtocht naar het eiland. Omdat er pas in 1888 een haven werd gebouwd, gingen de schepen zo dicht mogelijk bij het Zuidstrand voor anker en werden de gasten met bootjes en koetsjes naar de wal gebracht.

Vanaf 1861: de eerste officiële ‘badplaatscommissie’

MilchbudeHoewel de begindagen moeizaam verliepen, ging het later des te sneller. Het toenemend aantal gasten en de betere verbinding waren voor de zoon van voormalige rentmeester Uhlenkamp de aanleiding een hotel met restaurant te bouwen. Al spoedig werden er meer hotels en gastronomische gelegenheden gebouwd. De overgang van landbouw naar toerisme als middel van bestaan was een feit, en de inrichting van de leefruimte ging hand in hand met de nieuwe bron van inkomsten. Al in 1861 werd de eerste officiële badplaatscommissie van gekozen die orde moest brengen in de bedrijfstak Toerisme. De commissie stelde o.a. de prijs vast van (hotel)kamers op grond van ligging en voorzieningen en op die manier werd een lijst met overnachtingsvoorzieningen samengesteld. Ook de huurprijzen voor strandkarren, strandtenten en het wassen van badkleding werden door de commissie vastgesteld. Met de opening van het eerste hotel steeg ook het aantal gasten. In 1865 brachten al 1024 mensen hun vakantie op Borkum door, in 1871 waren dat er al 1422. Toen in 1888 de haven in bedrijf werd genomen, steeg het aantal gasten continu. In 1893 werd de grens van 10.000 badgasten doorbroken, twaalf jaar later was dit aantal al weer verdubbeld.

Deze bezoekersstroom is met name te danken aan het feit dat Borkum steeds aantrekkelijker werd. De badplaatscommissie kweet zich uitstekend van zijn taak en zorgde voor een steeds vernieuwend aanbod aan vermaak en ontspanning. Tot op de dag van vandaag is het muzikale aanbod in het muziekpaviljoen daar een goed voorbeeld van. Maar ook de bouw van de Milchbuden (houten strandtenten waar je iets kon gebruiken), de wandelpromenade en de smalspoorbaan waren initiatieven, waardoor de lagere promenade langs het Noordstrand ook vandaag nog een gezellige trekpleister vormt. Hotels in de stijl van de ‘Bäderarchitektur’, de typische bouwstijl voor kuuroorden aan zee, pasten perfect in deze groeiende badplaats.

Dorp, Nordseeheilbad Borkum GmbH en Borkumse verenigingen werken nauw samen

Bahnhof mit GästenPas in de oorlogsjaren kwam de stroom toeristen volledig tot stilstand. Maar twee jaar na de Tweede Wereldoorlog kon Borkum zich weer verheugen op meer dan 30.000 bezoekers en op de opening van talrijke logies- en hotelfaciliteiten, restaurants en cafés. Toen in 1968 de eerste autoveerboot Rheinland in bedrijf werd genomen, steeg het aantal gasten opnieuw snel van ca. 71.000 tot meer dan 100.000 vakantiegangers die in 1975 naar Borkum reisden. Het culturele aanbod in het Haus des Kurgastes – nu het Cultuureiland – oefende een grote aantrekkingskracht op toeristen uit. De deur werd platgelopen voor sterren als Roy Black, Roberto Blanco of Rudi Carrell, die concerten voor enthousiaste fans gaven. Het in 1970 gebouwde golfslagbad op de plaats van het huidige Gezeitenland, de opening van het Noordzeeaquarium en een speelhuis voor kinderen zorgen voor genoeg vertier als het geen strandweer is. Door de trainingskampen van nationale voetbalteams uit de Bundesliga, de Beach Days Borkum, het Holifeest, diverse strandfeesten, culturele festivals, beachvolleybaltoernooien of strandzeilwedstrijden, georganiseerd en ondersteund door de vele verschillende Borkumse verenigingen en het Nordseeheilbad Borkum GmbH, oefent het eiland ook vandaag de dag nog een grote aantrekkingskracht uit. Het resultaat: In 2017 werd voor het eerst het bezoekersaantal van 300.000 bereikt. Met het ambitieuze project ‘Borkum 2030 – Borkum als klimaatneutraal eiland’ heeft het eiland de afgelopen jaren ook buiten de Duitse grenzen naam gemaakt. Dankzij de grote inzet van de stad en haar dochteronderneming, de NBG, en de nauwe samenwerking met de eilandbewoners, kan het zich verheugen op vele gesubsidieerde projecten en moderniseringen. Maar de kern, de brede stranden en de deels ongerepte natuur, zal altijd het karakter van Borkum blijven symboliseren. “Wij zien het als absoluut noodzakelijk om in al onze projecten de Borkumse cultuur en de geschiedenis van het eiland te integreren en op de voorgrond te plaatsen. Of het nu gaat om de badplaatsarchitectuur, de typische eilandflora en -fauna of de verenigingen met hun levende tradities. Zonder het verleden van Borkum kunnen we de toekomst niet ingaan. Het verleden maakt deel uit van onze identiteit en is dus een belangrijke bouwsteen voor de invulling van onze levenskwaliteit,” aldus Göran Sell, directeur van Nordseeheilbad GmbH.

 

Bron fotomateriaal: Heimatverein der Insel Borkum e.V.

Beitrag kommentieren:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

1 × een =